terug

archief

verder

Reeds na slechts 2 jaar als vrachtwagen te hebben gediend, kondigden zij al de eerste gebreken aan, waardoor men het besluit nam wederom 5 stuks kiepbakken bij NETAM te bestellen
en deze op een wat zwaarder chassis te plaatsen.
Hiervoor werden 5 Kromhout bussen aangewezen die ter vervanging zouden dienen voor de Fords.
De Fords kwamen allen in juli 1953 als vrachtwagen in dienst, en kregen dezelfde nummers als toen ze nog als bus rondreden, n.l. 25-29.
Ruim een half jaar daarna, begin 1954, werden zij vernummerd in een serie 841-845 (niet in deze volgorde).
Het eerste slachtoffer, de 841 (ex 26) werd reeds op 25 maart 1955 en als laatste
werd de 844 (ex 29) op 17 januari 1956 afgevoerd.
In de maand augustus van 1956 werd op uitbundige wijze feest gevierd,
vanwege het 75 jarige bestaan van de G.T.W.
Op het laatste overgebleven tram-traject van Doetinchem naar Doesburg werden jubileumritten gereden,
en dat zou tevens het einde betekenen van de tramtractie.
Maar vanwege het succes van de jubileumritten werd dat een jaartje uitgesteld.
Zo konden in augustus 1957 opnieuw ritten gemaakt worden met de stoomtram
en waren dit definitieve afscheidsritten.
Op 31 augustus 1957 blies stoomloc no. 13 “Silvolde” de laatste stoom uit in zijn cilinders
en kwam er na 57 jaar een einde aan zijn werkbare leven.
Het einde van het tramtijdperk betekende voor de G.T.W. dat het vrachtwagenpark
sterk uitgebreid moest worden.
Zo zagen de Ford ‘schoolbussen’ eruit toen deze als bus dienst deden.
Ford 27, ex bus 27, die na 1954 onder nummer 842 een zeer kort bestaan leidde.
Vervolgens is er nog een kleine rubriek met “Overige verbouwingen”.
Opgenomen zijn een 4-tal autobussen welke zijn omgebouwd voor dienst gebruik.
De vier Austin Bellewagens, genummerd 1 t/m 4 uit 1945, werden na de bevrijding kort ingezet voor het personenvervoer.
Officiëel waren er 13 personen toegelaten, maar wegens alle schaarste wat er zo vlak na de bevrijding was, werden er met een beetje inschikkelijkheid ook wel 30 personen erin gepropt.
De 851 kwam op 8 februari 1955 op proef, waarna de overige vier in 1956 volgde.
30 Personen proppen in dit bestelwagentje was geen sinecure.
Een andere optie was er gewoon niet, alleen de “benenwagen”, te voet dus !
Naast nieuwe vrachtauto’s werden ook nog regelmatig oudere bussen omgebouwd, om de levensduur te verlengen als vrachtwagen.
De voor het zware werk ongeschikte Fords werden onder meer door de eerder genoemde Kromhouts vervangen.
Hoewel deze Kromhouts al hoogbejaard waren, bouwjaar 1936 t/m 1940, werden deze pas in 1954/55 buiten dienst gesteld om dan nog te worden verbouwd als kieper.
In tegenstelling tot de Ford kiepers, waren de Kromhouts geschikt voor een netto laadvermogen van 4½ ton. De wagens werden in 1956, de 851 al in 1955, als serie 851-855 in dienst gesteld.
Doch ook deze wagens hielden het na hun ombouw niet echt lang uit.
In 1960 verlieten de eersten het bedrijf, gevolgd door de laatste in 1962, desalniettemin een respectabele leeftijd voor een vrachtwagen en voormalig bus.
De 511 en 512 oorspronkelijk voorzien met een Werkspoor carrosserie, kregen in 1946 een nieuwe opbouw van Verheul.
De 514, ex 174, behoort tot een zogenaamd “onderduikchassis”.
Dit chassis werd in 1940 geleverd, maar door oorlogse omstandigheden werd dit chassis verstopt, ter voorkoming van vordering.
Na de oorlog werd het chassis tevoorschijn gehaald en naar de Verheul gebracht voor opbouw van een nieuwe carrosserie, en kwam als dusdanig pas in 1946 op de weg.
Naast deze 5 Kromhouts kwamen er tevens gelijktijdig een tweetal Krupp autobussen in aanmerking voor ombouw als vrachtwagen.
Het waren de bussen 140 en 173, sinds 1954 als 607 en 633, beide met een opbouw van Verheul met het bouwjaar 1938 resp. 1940.
De 607 kwam in 1955 als 876 weer in dienst, en de 633 als 863 in 1956.
Beide wagens werden in de Centrale Werkplaatsen te Doetinchem omgebouwd tot een stukgoedwagen voor de goederenlijndienst.
Bij deze ombouw bleef de chauffeurscabine intact, en werd bij het separatieschot afgesneden, en daarna weer met staalplaat dicht gemaakt, hetgeen ook gebeurde met de reeds genoemde Kromhout serie 851-855.
Aan de rechterzijde werden zij voorzien van een extra portier voor een eventuele bijrijder.
Afvoer van beide Krupp’s geschiedde in 1960 resp. 1961.
De Krupp 863 verbouwd tot lijndienstwagen in het stukgoed
Werkwagen 796, ex bus 695 op 3 november 1966 te Enschede      (Foto: G.J.Gunnink)
De dienst W&W zag uit naar een vervanger, welke gevonden werd in de vorm van bus 695.
De 695 was er één uit de serie 694-698 van de voormalige Micro-Dienst in Deventer.
Hier werd het interieur verwijderd en in de achterwand kwamen deuren voor het gemakkelijk in- en uitladen van gereedschappen.
De verbouwing werd in 1961 voltooid en de wagen werd net als zijn voorganger vernummerd in 796.
De Micro bussen kwamen in 1955 in gebruik, vanwege de kleine Austin busjes, 14 zitpl., werd hieraan de naam Micro-Dienst afgeleid.
De voormalige toerwagen 690 reed vanaf 1967 rond als rijdend reisbureau  (foto archief G.T.W./H.S.A.)
Een verbouwing van geheel andere aard was de ombouw van Austin Tourwagen 690, welke in 1958 werd
opgenomen in het G.T.W. Wagenpark.
De wagen was uitermate geschikt voor kleine gezelschappen tot 23 personen.
In 1967 verkeerde de wagen technisch nog in een zodanig perfecte staat dat de bus omgebouwd werd tot rijdend reisbureau t.b.v. van haar eigen G.T.W. Reis & Passagebureau.
In 1974 werd de wagen nog vernummerd in 931 en werd pas bij de G.S.M. in 1978 (dus, na 20 dienstjaren) afgevoerd.
In Deel 4 gaat dit artikel verder met de beschrijving van de Saurers