Deel 4 van de door de G.T.M. overgenomen bedrijven:

Tramweg Maatschappij “Zutphen-Emmerik”, (ZE)

Dit bedrijf dat in Doetinchem gevestigd was, stond vlak naast de gebouwen van de G.T.M. en is op 2 november 1900 opgericht, waarbij de heer F.W. Loep tot directeur werd benoemd.
De eerste pogingen om tot een tramweg verbinding te komen van Zutphen naar Emmerich dateren al vanaf het jaar 1891.
Van het oorspronkelijke plan de lijn met normaal spoor aan te leggen werd afgezien, toen bleek dat hiertegen vele technische, maar meer financiële  bezwaren bestonden.
Met de gewijzigde plannen werd gekozen voor 750 mm, dezelfde spoorbreedte als van de G.T.M.
De uiteindelijke stamlijn Zutphen via Steenderen en Doetinchem naar ’s Heerenbergh werd op 10 september 1902 feestelijk geopend.
Pas na bijna 7 jaar kon het gehele ontworpen traject tot aan Emmerich in gebruik worden genomen op 22 juni 1909.
Dit 5 kilometer lange traject van ’s Heerenbergh naar Emmerich kostte de directie van de Z.E. vele hoofdbrekens en tegenslagen.
Er waren veel problemen met de Duitse autoriteiten omtrent de te volgen route door Emmerich en er was ook veel weerstand voor het plan de tram gelijkvloers met het hoofdspoor Emmerich - Arnhem te laten kruisen.
Hier moest van worden afgezien, zodat een nieuw plan gemaakt moest worden voor een viaduct over de spoorlijn Emmerich-Arnhem.
Dit viaduct mocht niet te steil worden, anders konden de lichte tramloc’s vanwege de geringe adhesie de helling niet nemen.
Uiteindelijk werd men het na lang beraad eens over het te volgen tracé en kon de aanleg beginnen.
Een ander probleem speelde zich af aan het andere uiteinde van de lijn, de doortrekking van Zutphen naar Deventer.
De G.O.S.M. had in 1885 hiervoor al plannen gemaakt.
In 1906 begon de Z.E. met de eerste voorbereidingen voor de doortrekking naar Deventer en na een strijd van 20 jaar werd de lijn door de Z.E. op 2 oktober 1926 in exploitatie genomen.
Ter aanvulling op deze tramlijn stelde de Z.E. in 1923 een aantal autobussen in dienst en werd het traject Doetinchem - Wehl - Didam geopend, maar deze werd in al in hetzelfde jaar weer opgeheven wegens gebrek aan belangstelling.
Geleidelijk werden in de daarop volgende jaren de personentramdienst Zutphen - Emmerich vervangen door autobussen.
Op het traject Zutphen - Deventer bleven de trams rijden, aangezien hier de Z.E.G.O. een buslijn bediende die parallel liep aan de tramlijn van de Z.E.
Voor dit lijngedeelte werd een belangengemeenschap gesloten tot 1941, zodat een gedeelte van de opbrengst naar de Z.E.G.O. ging.
Vanaf 1934 kreeg de Z.E. dezelfde directie als de G.T.M.
Het volgende autobusmaterieel is bij de Z.E. in bedrijf geweest;

1        ?              Ford T               ?          13 zitpl.        1923       1928       werd vrachtauto
2        ?              Ford T               ?          13 zitpl.        1923       1928       werd vrachtauto
3        ?              Ford T        Pennock      16 zitpl.        1923       1930       werd vrachtauto
4        ?              Renault       Pennock      28 zitpl.        1925        1934      1)
5     M-15305   Minerva       ARM          31 zitpl.        1929        1934       werd GTW 605
6     M-21847   Minerva       ARM          24 zitpl.        1930        1934       werd GTW 606
7     M-16050   Minerva       Uerdingen    31 zitpl.       1931        1934       werd GTW 607
8     M-36410   REO            ARM          31 zitpl.        1931        1934       werd GTW 608
9     M-37473   Minerva       Uerdingen    31 zitpl.        1932       1934        werd GTW 609
610 M-19535   REO            ARM           31 zitpl.       1934        1934       werd GTW 610

1) = Herhaaldelijk ondervond men moeilijkheden van het breken van de achteras.
      Teneinde het gewicht op deze as te verminderen, werd de carrosserie enigszins aangepast, (lees: ingekort).
       Door deze inkorting steekt de carrosserie niet meer zover over de achteras heen, wat ten koste ging van 3 zitplaatsen.
       Na 1926 bedroeg het aantal zitplaatsen dus 25 stuks.

Bus 610 was reeds als bus 10 besteld door de Z.E., maar bij de aflevering was het bedrijf reeds eigendom van de G.T.W., zodat de bus direct van een G.T.W. nummer kreeg.
De ex Z.E.-bussen welke in het wagenpark van de G.T.W. werden opgenomen, zijn allemaal afgevoerd
in de jaren 1938 en 1939.
Hiervan werd de 605 in 1938 verbouwd als vrachtauto, kreeg het nummer 266 en werd in 1934 voorzien
van een Kromhout dieselmotor.
Ook de 607 werd verbouwd als vrachtauto, met nummer 260.
De 609 onderging in 1938 eenzelfde lot en werd vrachtauto 269.
De wagens 606, 608 en 610 werden in 1939 gevorderd door het Nederlandse leger.

Tramweg Maatschappij   “Zutphen - Emmerik”

                                       Ex-Z.E. 6 als G.T.W. 606 “Gems” is één van de wagens met een
    carrosserie van de“Amsterdamsche Rijtuig-Maatschappij” (A.R.M.)
Als enige tastbare herinnering van de Z.E. is de aanwezigheid van tramloc 607 “Vrijland” die jaren lang in het Spoorwegmuseum te Utrecht heeft gestaan en enige tijd geleden werd overgebracht naar de Nederlandse Smalspoor Stichting te Valkenburg (ZH).

startpagina

terug

verder